Tijdens de vergadering van Provinciale Staten op 9 december heb ik namens de fractie het woord gevoerd over het rapport van de Commissie van Doorn, dat gaat over de toekomst van de veehouderij, en over het koersdocument waarin de provincie uiteenzet hoe ze de komende jaren om wil gaan met de ontwikkelingen in het landelijk gebied. Mijn bijdrage aan het debat kunt u hieronder teruglezen.
Voorzitter,
Wij hebben, tijdens een heisessie in oktober, samen met Gedeputeerde Staten en externe partners gesproken over een nieuwe koers om het Brabantse landelijk gebied in de toekomst vitaal, aantrekkelijk, leefbaar en gezond te houden. Het waren twee dagen van verdieping en verbreding. De fractie van de VVD heeft uitgekeken naar en beleidsnotitie waarin de uitgangspunten die tijdens deze heisessie naar voren kwamen, zijn verwerkt. Het is een goed stuk geworden waarin de basisfilosofie voor de toekomst voor het landelijk gebied is vastgelegd. Gedeputeerde Staten hebben goed werk verricht. De fractie van de VVD is blij dat er nu eindelijk een visie op papier staat waar we mee aan de slag kunnen.
Tijdens deze sessie werd onder andere geconstateerd dat de pijlers van de Telos-driehoek zich in het landelijk gebied zich teveel naast elkaar en niet in samenhang met elkaar ontwikkelen. En dat er voor het landelijk gebied een behoefte is aan nieuwe normen en waarden. Helaas is het met de reconstructie niet gelukt de burgers zodanig bij het proces te betrekken dat ze zich positief betrokken voelen. De conclusie uit deze sessie was, dat er meer samenhang moet komen tussen mens, dier en natuur. En dat de samenhang tussen stad en platteland versterkt kan worden. Er is nu een kans om op het gebied van duurzaamheid, diervriendelijkheid en gezondheid van mens en dier iets te doen.
Dit betekent dat, met name in de agrarische sector, een vernieuwingsslag gemaakt moet worden. Partners zijn nu meer dan ooit te voren bereid om deze vernieuwingsslag te maken waardoor de kwaliteit van leven in Brabant verbeterd wordt. De kwaliteit van het leven van de Brabantse burgers vindt de fractie van de VVD belangrijk.
Ook voor een goed vestigingsklimaat en de ontwikkeling van recreatie en toerisme is een vitaal en mooi landschap met mooie cultuurhistorische complexen een voorwaarde.
De fractie van de VVD is het eens met de basisfilosofie waarin het denken en handelen van burgers en ondernemers het vertrekpunt is bij nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied. En dat burgers en ondernemers, elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, uitgedaagd worden bij te dragen aan een vitaal platteland. Maar wel binnen de randvoorwaarden die provincie stelt om de basiswaarden in het landelijk gebied te beschermen.
In dit koersdocument wordt ingezet op het ruimte geven aan nieuwe initiatieven en ondernemerschap. Wil dit een succes worden, dan moet de provincie mee bewegen in een dynamisch veranderingsproces. Met minder regels en minder subsidies. Ze moet niet op de stoel van de ondernemer willen zitten. De provinciale rol in dit proces is, dat ze vanuit haar maatschappelijke en bestuurlijke verantwoordelijkheid dit proces ondersteunt. Ook gemeenten zullen moeten meebewegen en moeten meewerken aan het zoeken van lokale oplossingen. Zeker als het gaat over het betrekken van het MKB in dit proces en de implementatie van het advies van de Commissie Van Doorn.
Bij dit transitieproces speelt de agrarische en agrofoodsector een belangrijke rol. Deze sector levert een grote bijdrage aan de economie en werkgelegenheid zowel provinciaal als nationaal. Maar het is ook een sector die op dit moment gericht is op kostenminimalisatie en schaalvergroting. Waar in onze provincie het draagvlak voor afneemt en waarvoor, naar het oordeel van deskundigen, de grenzen zijn bereikt. Ons concurrentievermogen wordt door de grondprijzen, het hoge arbeidsloon en hoge veevoerprijzen steeds kleiner. Sterker nog. De heer Duisters van de RABO-bank vertelde tijdens de statendagen dat het huidige verdienmodel van de intensieve veehouderij failliet is. Wil de agrarische sector overleven dan zal ze zich moeten inzetten op het creëren van toegevoegde waarde en kwaliteit. Er is een fundamentele aanpak nodig van de gehele agrarische sector in relatie tot economie, ecologie, recreatie en toerisme en ruimtelijke ordening. We zijn blij dat nu eens de conclusie getrokken wordt dat het landelijk gebied een multifunctioneel karakter moet krijgen.
Onze ambitie in Brabant is om de agrarische sector, die zich voortaan vooral richt op kennis en innovatie, tot één van de topsectoren van onze provincie te maken. Waardoor het imago van Brabant als innovative topregio wordt versterkt. Dit zal de komende jaren veel energie van de agrarische en agrofoodsector vragen. En niet alleen van hen. Ook de ondersteunende organisaties, de retail en de diverse overheden zullen hun bijdrage hieraan moeten leveren.
Het Brabants model moet een duurzaam economisch model worden. Dit model is niet van de ene op de andere dag te realiseren. Het zal een lang proces zijn waarin uiteindelijk een win-win situatie voor alle stakeholders bereikt moet wordt. De fractie van de VVD wil een economisch model waar maatschappelijk draagvlak voor is.
In een meerjarenaanpak zullen nog veel zaken in deelnotities uitgewerkt worden. Is het mogelijk om een overzicht te geven wanneer wij in de commissies de verschillende deelnotities gaan behandelen?
Uiteindelijk heeft deze nieuwe aanpak gevolgen voor de Structuurvisie en de Verordening Ruimte. De aanpassing van de verordening zal, even als het hele proces, dynamisch en met een vooruitziende blik moeten gebeuren. Met ruimte voor nieuwe en goede initiatieven en maatwerk. Willen we de sector op een hoger plan brengen dan mogen nieuwe initiatieven niet op een woud van regelgeving stuklopen. De fractie van de VVD stelt voor om met een regionale pilot ervaring op te doen hoe we een duurzaam economisch model voor de provincie zouden kunnen realiseren
Over hoe die aanpak voor de intensieve veehouderij moet zijn heeft de commissie Van Doorn zich gebogen en advies gegeven in haar rapport “Al het vlees duurzaam”. Met het verbond van Den Bosch hebben 21 belangrijke partijen te kennen gegeven de doelstellingen te ondersteunen en aan het werk te willen gaan met de transitie die nodig is. Daarmee neemt de hele keten van veehouders tot winkelbedrijf deel aan dit proces. Ondertussen is in de begroting geld vrijgemaakt voor een regievoerder. Een kenmerk van onze provincie is dat de verschillende gebieden elk hun eigen karakter hebben die zich ook als zodanig verder moet ontwikkelen. Is het een idee om in te zetten op regionale regievoerders i.p.v. één provinciale regievoerder?
Als we het rapport van de commissie Van Doorn goed lezen kunnen we de conclusie trekken dat de rol van de provincie in het gehele proces van de transitie maar een zeer beperkte rol is. Het is vooral een rol van stimuleren, kaders scheppen, handhaven en kansen bieden aan innovatieve ontwikkelingen. De markt zal het vooral zelf moeten doen. De fractie van de VVD is het met dit uitgangspunt eens.
Tot slot hebben we nog een paar vragen.
Magrietha Prins-Afman